Leegte - SunyataIs de leegte een element? Jazeker. Dit is min of meer het belangrijkste element. Er is echter geen sprake van een rangorde. Het is de Moeder van alle elementen, zogezegd ‘de moederschoot’ waardoor de vier overige elementen, vuur, water, aarde en lucht, hun zijnsbestaan hebben. De vele tradities beginnen hun scheppingsverhalen met een stilte, een bestaanstoestand voor de wording, de genesis van alle dingen. Ook de evolutie van het heelal kan geen antwoord geven op de vraag: ‘Wat was er voor de Oerknal?’ Was die ‘oerknal’ juist een explosie vanuit het niets, in dat geval begon het zeker niet met niets, eerder met Leegte, met Sunyata (Sanskiet). In het Chinees is dit het woord 无 Wú (vereenvoudigd), en in het Japans is het woord  Mu. De Sunyata schept de voorwaarde voor het zijnde. Ze is de onzienlijke wereld die wording aan het oog onttrekt, zoals een moederschoot de ongeboren baby. Die Vader-Moeder toestand, die het zijnde nog aan het oog onttrok is Sunyata, of de Hebreeuwse letter א Alef.

Uiteindelijk streven zo ongeveer alle spirituele tradities naar het ontstijgen van ego. Sommigen noemen deze toestand God, Allah, of Brahma en anderen Nirvana. Grappig. Doordat mensen zich identificeren met concepten en percepties is er nogal wat strijd over het juiste woord of beeld, terwijl het allemaal gaat over het ontstijgen van percepties en concepten.
Bron: Marnix van Rossum

Sunyata is bestaan

Ik zat op een studiedag, en daarin werd ik teruggevoerd naar de Satsang die ik die avond daarvoor had bijgewoond. Middenin die studie werd ik de geur van de wierook gewaar, en de sfeer van die avond. Ik herbeleefde die avond en de vragen die mij bezighielden. Ik kwam, helderruikend, helderziend en helderhorend in een ruimte van de herinnering van wat is, was en komt. Een moment in de ruimte, een moment in de Leegte. Daar, midden in een toestand van tijdloosheid, herbeleefde ik opnieuw wat ik toen ervoer. Later vertel ik daar meer over. Wat is dan ‘Leegte, Sunyata, Wú (Chinees) of Mu (Japans), begrippen met dezelfde betekenis?
Leegheid is niet ‘een ontbreken van’, maar juiste de ruimte om te kunnen zijn. Leegte schiep ruimte, tijd, materie. Leegte is niet een ‘niet zijn’ maar juist het zijn in zichzelf. Het betekent dat je niet langer hoeft te pretenderen iets te zijn, maar dat je ‘bent’. Een moment van inspiratie en inzicht triggerde gedachten over het volgende:

Wat ten onrechte zo begrepen wordt is dat er geen sprake is van ‘het sterven van het ik’, of zoals ik dat vroeger in de sekte waar ik verkeerde hoorde dat ik moest‘sterven aan jezelf’. Dit beeld is een negatief mensbeeld. Het stelt de mens voor als een ‘armzalige, onbetrouwbare, onverbeterlijke zondaar, die niets beters verdient dan de hel.’

Onder het mom van ‘onvoorwaardelijke liefde’ werd een ‘bijbelse boodschap’ verkondigd, die degenen die denken ‘het ware geloof’ gevonden te hebben opzadelt met duizenden regels wil men aan de voorwaarden voldoen om niet naar de hel te gaan na dit leven. Sorry, maar deze boodschap laat ik achter mij. Daardoor heb ik mijzelf leren haten. De wereld is, gelukkig, breder dan de slavernij van het sektarisme. Ik vond mijzelf terug in de grenzeloze, cultuur- en religie overschrijdende,  wereld van de spiritualiteit. Een mens is in zichzelf een geliefd wezen, niet een vod wat slechts bestemd is voor de goddelijke prullenbak, of de goddelijke verbrandingsoven. Lange tijd heb ik nodig gehad om mij te distantiëren van dit mensonwaardige beeld. Ik probeerde te veranderen, maar liefde begint bij zelf-liefde, bij aanvaarden dat je ‘bent’. In bijbel staat een mooi verhaal die deze zelf-liefde illustreert, maar vele malen verkeerd is geïnterpreteerd:

Lukas 7:37-38: “Nu was er in die stad een vrouw die een zondig leven leidde. Toen ze hoorde dat Jezus aanlag in het huis van de Farizeeër, ging ze erheen met een kruikje balsemolie. Ze ging achter Jezus staan, bij zijn voeten, en huilde. Zo vielen haar tranen op zijn voeten en zij droogde die af met haar haren. Ze kuste zijn voeten en zalfde ze met de balsem.”

Was deze vrouw nederig? Was zij iemand die zich onderwierp aan de door mannen gedomineerde maatschappij, waarin de vrouw altijd de schuldige was, de oorzaak van alle zonde? Nee, deze vrouw zocht haar plaats in de stilte, in de leegte. Deze vrouw, veroordeeld binnen de patriarchale structuur in de ‘Bijbelse’ dagen, wist wie ze was. Ze was niet nederig, ze huilde niet om ontferming te ontvangen. Ze had geleerd zichzelf lief te hebben, en daarom betoonde zij goddelijke liefde, niet vanuit een nietig- of een niets zijn.

Lukas 7:45-46 U hebt me geen kus gegeven, maar zij is sinds ik hier ben niet opgehouden mijn voeten te kussen. U hebt mijn hoofd niet gezalfd met olie, maar zij heeft met balsem mijn voeten gezalfd.

Deze betoonde liefde, deze liefde uit mede-lijden, was er niet één van ‘een vrouw die haar plek kent’, alsof de plek een vrouw een positie van een ‘laagwaardigheidsbekleedster’ heeft, terwijl de man de enige ‘hoogwaardigheidsbekleder’ was, een beeld dat een deel van het menszijn, het vrouwelijke aspect, ontkent.

Er zijn twee woorden in het Hebreeuws: Ani עָנִ֣ en Anaav עָנִ֣ן die beide een toestand van neder zijn. Neder zijn is niet nederig, het is de persoon die de ruimte, de leegte opzoekt om te groeien, te ontplooien. Daar wordt de mens zichzelf, daar heeft zij/hij ruimte om te ademen, te leven, te stromen, te waaien, te branden.

De idee van ‘niet voldoen’

In vele tradities worstelen mensen met de idee van ‘niet voldoen’, zondig zijn, de idee van ‘lijden als noodzakelijkheid’ of een ‘offer voor de godheid’. We zien dit nu sterk in deze wereld met alle aanslagen, omwille van het verspreiden van ‘de boodschap’. Mensen moeten ‘gedwongen worden zich aan de godheid te onderwerpen’. De mens heeft geen vrijheid meer, geen ruimte. Het is een ontkenning van de ruimte, en daarom wordt de mens het leven benomen, spiritueel, emotioneel, verstandelijk en fysiek ‘vermoord’. Een mens zonder vrijheid kan niet ‘in zijn element’ (of elementen) zijn, want:

  • Vuur dooft zonder ruimte. Als hij wordt ingeperkt doven zijn vlammen. Vuur breidt zich uit, maar verliest zijn kracht bij gebrek aan ruimte.
  • Water bederft zonder ruimte, daardoor heeft ze geen mogelijkheid te bewegen, water bestaat bij de gratie van de ruimte, waarin ze beweegt. Water is slechts water als zij haar ongekende gang kan gaan, haar loop kan nemen.
  • Aarde sterft als ze geen ruimte heeft, ze wil groeien, naar boven en naar beneden. Aarde verandert in woestijn, wordt onvruchtbaar en sterft, en daarmee het leven wat zij voedt en onderhoudt.
  • Lucht houdt op te bestaan bij gebrek aan ruimte, zij kan niet langer bewegen, gevoeld worden. De lucht verplaatst de overige elementen. Vuur gedijt bij lucht, de sporen van de aarde, onder meer sporen, noten, bloesem en zaden, worden door hem verspreid. Lucht houdt zonder ruimte simpelweg op te bestaan.

De term sunyata komt uit het Pali Canon en andere oude boeddhistische commentariële geschriften in het Sanskriet, en kan op verschillende manieren gebruikt worden.

In het Pali Canon van de Theravada traditie betekent sunyata het “niet aanwezig zijn” (of afwezig zijn) van iets. Deze betekenis is de oudere en originele betekenis van sunyata.

De tegenwoordig (veruit) meest gebruikte betekenis is die van niet-zelf of anattā (Pāli). Leegte verwijst dan naar “leeg van zelf“. Deze betekenis is van origine populair geworden in de Mahayana-traditie, en wordt tegenwoordig ook in het Theravada vaak gebruikt.

Volmaakte vrijheid

Volmaakte vrijheid bestaat ‘bij de gratie’ van Sunyata, leegte, ruimte. Daarom zou je kunnen zeggen dat Sunyata de Bron is waardoor de elementen hun zijnstoestand bezitten. De Leegte is niet leeg. De leegte is voller dan vol, want ook de Leegte kan niet bestaan zonder de elementen. Daarom dankt de Sunyata, Leegte, ook haar bestaansrecht aan het vuur, het water, de aarde en de lucht. Zoals in de Tao alles inclusief is, insluitend, zoals ook de ruimte. De ruimte schept haarzelf middels de elementen en de elementen scheppen op hun beurt de ruimte. Daarom zouden we Sunyata ook de liefde, de Bron, het goddelijke, het begin en het einde, het Al, het Nirwana en de hemel kunnen noemen. Want de ruimte is in haar liefde ‘de moederschoot van het bestaan’ geworden. De mens die deze Sunyata vindt, vindt daarin de ruimte zichzelf lief te hebben. Zie hier een gedicht dat ik daarover schreef:

Sunyata
De leegte bestaat omwille van de liefde
de liefde tot mijzelf
de reden tot bestaan
ik besta en daarom ben ik
niet omwille van iemand of iets
maar door simpelweg te zijn

Zijnde ben ik
zijnde heb ik liefde
zijnde ontvang ik
zijnde geef ik

Daar in de leegte ervaar ik
volheid om te bestaan
Ik besta omwille van de liefde
omarmend omarm ik mijn zijn
en vanuit dat zijn
laat ik mijn liefde stromen
Zo word ik een Bron
in de volheid van de Leegte
Sunyata

De leegte

Niets zo heel als een gebroken hart.
קָרֹ֣וב יְ֭הוָה לְנִשְׁבְּרֵי־לֵ֑ב וְֽאֶת־דַּכְּאֵי־ר֥וּחַ יוֹשִֽׁיעַ׃
God is nabij de gebrokenen van hart

Ik ga nu even wat in op de Joodse traditie.
Rav. Ashlag (een Rabbijn) zegt in 1922: Duisternis komt voor grote openbaringen. De duisternis waardoor de mens het vat kan worden om het Grote Licht te dragen.

Psalm 88:13
הֲיִוָּדַ֣ע בַּחֹ֣שֶׁךְ פִּלְאֶ֑ךָ וְ֝צִדְקָתְךָ֗ בְּאֶ֣רֶץ נְשִׁיָּֽה׃
Wordt uw wondermacht in de duisternis bekend,
Jouw gerechtigheid in het land van het vergeten?
Uitleg: Het is geen vraag, een retorische vraag, een weten. In de leegte wordt wondermacht en gerechtigheid bekend.

 

Crisis voor de verlichting

Ik maakte een crisis mee van ongekende grootte. Dit is niet nieuw, want ook de Boeddha, maakte een crisis mee, zo groot en hartverscheurend, zoals hieronder wordt wordt vermeld.

De leer of de traditie die we nu in het Westen het boeddhisme noemen, vindt haar oorsprong in het Ontwaken van de Boeddha onder de Bodhiboom, 2500 jaar geleden. ‘Boeddha’ is geen eigennaam, maar een titel. Het betekent ‘degene die Weet, degene die Begrijpt’. Het betekent ook ‘degene die Ontwaakt is’ – iemand die wakker is geworden uit de droom van het leven omdat hij de Waarheid ziet, de Werkelijkheid.

De titel Boeddha werd voor het eerst gebruikt voor een man die Siddhartha Gautama heette. Hij leefde in de zesde eeuw voor Christus in het grensgebied van Nepal en Noord-India. Hij kwam uit een welgestelde familie, kreeg een goede opvoeding en had een mooi en comfortabel leven. Maar ook al ontbrak het hem aan niets, toch was hij niet gelukkig. De boeddhistische legenden vertellen van een spirituele crisis die zich voordoet als de jongeman de zogenaamde ‘Vier Confrontaties’ doormaakt: een keerpunt in zijn leven. Hij beseft dat ouderdom, ziekte en dood een onderdeel zijn van alle leven en vraagt zich af waarom dit is en wat dan de zin van het leven is. Geïnspireerd door het zien van een bedelmonnik besluit hij zijn luxe leven achter zich te laten en gaat hij op zoek naar de weg die voert naar bevrijding uit het lijden.

Hij gaat in de leer bij verschillende meditatieleraren, vervolgens beoefent hij extreme ascese. Maar steeds opnieuw gaat hij verder omdat hij beseft dat hij nog geen antwoord heeft gevonden op zijn meest fundamentele vragen.

Uiteindelijk bereikt hij ‘Verlichting’ en brengt de rest van zijn leven door met het onderwijzen van methoden die anderen kunnen helpen deze zelfde Verlichting te ervaren. Deze methoden en zijn Leer worden de Dharma genoemd.

Bron: Boeddisme.nl

Mijn Persoonlijke verhaal:

Vele jaren van mijn leven bracht ik door in een oneindig, niet te dragen lijden. Ik zocht na mijn eenzaamheid mijn ‘heil’ bij het christendom, maar liep tegen, onbegrip, haat, discriminatie aan en een liefdeloos godsbeeld, waar ik niets meer mee kon. Ik ben altijd spiritueel geweest en gebleven. Ik kwam uit de kast en verliet de kerk, ik kon mij niet langer verenigen met het christendom als enige weg. Ik ontmoette mijn soulmate en wij spraken over acupunctuur, Reiki, Qi Gong en Tai Chi, en alles wat zich buiten het christendom bevind en in onze kringen werd veroordeeld alsof het ‘iets van de duivel’ was. Ze vroeg mij hoe ik erover dacht. Ik vertelde haar dat ik geloof dat elk geloof, elke religie of filosofie in feite spreekt over dezelfde dingen, maar religies die zichzelf beschouwen als de enige weg, hebben daarmee bewezen dat hun stellingname niet legitiem is. CG Jung bewees dit al door het begrip ‘archetype’ te introduceren (de mens en zijn symbolen). Hij laat in dit werk zien dat symbolen afbeeldingen zijn van gemeenschappelijke kernbegrippen (vader, moeder, goed, kwaad, lijden, verlichting, verlossing etc) die alle grote godsdiensten gemeenschappelijk hebben, maar ook terug te vinden zijn in sagen, legenden en volksverhalen. Hij noemt dit gebied van de geest, die mensen van alle religies met elkaar verbindt ‘het collectief onderbewustzijn’.

Ik had meerdere ontmoetingen met mijn lieve soulmate, echter leek mijn lijden te escaleren. Wekenlang bracht ik door in vertwijfeling’. De pijn vanbinnen werd ondragelijk. De onvoorwaardelijke liefde die ik ervoer, werd een lijden, waaronder mijn ziel werd verpletterd. Zes weken lang, dag en nacht, huilde ik. De tranen bleven komen. Door de ontmoeting met mijn soulmate was niet alleen mijn genderidentiteit ontwaakt, maar ook een oneindig verlangen naar liefde, naar tederheid, naar intimiteit. En na 30 jaar ontwaakte ook mijn spiritualiteit, en daarmee mijn heldervoelendheid en mijn helderziendheid. Ik raakte in een toestand van wanhoop, het leek of ik elk leed, zowel van mijzelf, maar ook mijn geliefde vriendinnen en vrienden als een spons opzoog en daarmee ook hun gedachten, twijfels, hoop, wanhoop en hunkering, en dat maakte ook mijn eigen gevoelens en verlangens los als een dam die doorbreekt, waardoor ik bedolven raakte. Ik durfde niet langer verliefd te worden, ik wilde niet gekwetst worden. Hoe kon onvoorwaardelijke liefde zo’n oneindig lijden met zich meebrengen? Hoe konden bijzondere spirituele ervaringen met mijn soulmate en ervaringen van onvoorwaardelijke liefde zoveel leed in mijzelf veroorzaken? Ik voelde mij schuldig over mijn gevoelens en verlangens. Ik realiseerde een eeuwenlange eenzaamheid. Mijn leven leek zinloos, Ik leerde op een Satsang avond dat niet mijn leven zinloos was, maar dat de manier waarop ik leefde zinloos was. Dat had niets met haar te maken. De oorzaak zat in mijzelf. Ik kon mijzelf niet liefhebben. Zij vertelde mij, keer op keer, ‘ik hou heel veel van jou’ en ‘je bent een bijzonder mens’ en dat ik slechts moest beginnen mijzelf lief te hebben. Mijzelf centraal te stellen. Op diezelde Satsang avond  drong het tot mij door: ik ben pas geliefd als ik van mijzelf hou. Vertroostende woorden drongen tot mij door tijdens de meditatie. Ik realiseerde, out of te blue, oneindige liefde voor mijzelf, binnenin mijzelf. Dit voelde aan als een toestand van Nirwana, verlichting. Ik schreef opnieuw een gedicht.

Nu heb ik alleen maar tranen
Stilte in schrijnende smart
Zonder armen om in te rusten
zonder mijn hoofd aan borst en hart

Nu heb ik alleen maar schreien
Dieper dan de diepste dood
Over pijn van het voorbije
Zonder antwoord op mijn nood

Maar dieper dan de pijn vanbinnen
is de liefde die mij zegt
Het begin is: eerst jezelf beminnen
Daarmee begint de liefde echt

Wijsheid Chochmah

Voor de wording, de schepping, was er de Wijsheid, de Chochma, de חָכְמָה, zeggen de Rabbijnen en Joodse mystici. De Rabbijnen zeggen: ‘Lees geen Chochma, maar חָכְ מָה Ko’ach Ma: de kracht van de vraag.’ De letterwaarde van Ma is 45 en de letterwaarde van de mens, אָדָם Adam, is ook 45. De mens is een vraag. De mens is een vraag-teken. Daarom zijn antwoorden sluitend, in de zin dat ze de deur dicht-werpen. Bij een antwoord is de communicatie dood. De vraag opent het hart naar jezelf en de ander, zoals ook Socrates leerde.

De letter Alef, de Stilte, de Leegte, de volheid

De alef, א de eerste letter van het Hebreeuwse alfabet. Het is een letter zonder klank, en lijkt in grote mate op Yin en Yang. Het is 1, het is de eenheid, de inclusiviteit van alle dingen, klankloos, leeg en toch vol. Alef is volheid, de Sunyata. Ze sluit, als een moeder, als een geliefde, alle andere elementen in haar open armen. Ze geeft ruimte om te leven, ruimte om te ontplooien, ruimte om te zijn, ruimte om te verlangen, hopen, lief te hebben, te geven en te ontvangen. Ruimte om te mogen zijn.

Midden in het bos bevind zich een open plek die slechts gevonden kan worden door degene die verdwaald is.
(De Zweedse dichter Tomas Tranströmer (Stockholm, 15 april 1931)

De verdwaalde is de zoeker. Thomas Tandströmer werd door anderen ‘een christelijke dichter’, genoemd. Zijn vertaler, J.Bernlef, noemt hem liever ”een religieuze agnost’ en ”een ziener in de letterlijke betekenis van het woord’. Dat kan ook. “Het wonderlijke van zijn poëzie is dat zij zo open is.” Wellicht had Tranströmer ook de leegte gevonden op die open plek in het bos. En hij was er vol van.

En zo beschouwt hij het als leeg van hetgeen er niet is.
Van hetgeen overblijft, ziet hij dat het aanwezig is: ‘Dit is er’.

—Boeddha (Majjhima Nikaya 121)

De Sunyata is dus leeg van wat het niet is, het is leeg van het niets, het is vol van het zijnde, het is vol van aanwezigheid. Deze aanwezigheid, de tegenwoordigheid van geest, is wat we kunnen ervaren in meditatie. Daarin maken we onszelf ‘leeg’, leeg van alles wat dat ‘zijnde’ met het verstand wil doorgronden, maar dat niet kan, omdat het alle begrip te boven gaat. We kunnen het zien, aanschouwen, ervaren, weten, maar niet beredeneren. Het bevindt zich op het terrein van de geest. De ziel, met haar emoties, de Anima, kan haar gewaar worden. Dan kan een gevoel van ‘gevonden zijn’ en ‘vinden’ je overstromen. Een gevoel van ‘I ones was lost, but know I’m found, was blind, but know I see’. Dit is echter geen uiterlijke christuservaring, maar een innerlijke ervaring van wat wij, hemel, genade, verlichting of Nirwana noemen. Het is geen uiterlijke ‘bekering’, maar een ‘inkeer’, terugkeren tot je kern, tot wie je innerlijk bent.

De Leegheid van de Tao

Leegheid betekent uiteindelijk dat de echte werkelijkheid leeg is van elke conceptueel verzinsel dat probeert te beschrijven wat het is.
Khenpo Tsultrim Gyamtso Rimspoche (Tibet).

Leegheid is wat het is. We kunnen het ervaren, voelen, maar beschrijven lukt ons niet. Als we het trachten te omschrijven, dat is dat een uiting van ons gevoel, niet van wat het in wezen is. De leegheid is vol en de volheid is leeg. Het is niet te tasten, want we tasten in de ruimte. Maar dat het er is is al zijn volheid is onweersprekelijk aanwezig.  De leegheid is geen afwezigheid, het is juist de aanwezigheid. Het geeft ons ruimte om te zijn, om te ontplooien, om te groeien, spiritueel, emotioneel, intellectueel en fysiek. Sunyata zegt ons: ‘je mag er zijn’, en wij antwoorden onszelf: ‘ik ben kostbaar, waardevol, geliefd, want ik heb mijzelf lief.’ Sunyata heeft het mij geleerd door mij ruimte te geven om er te mogen zijn in al mijn volheid. En van daaruit, niet vanuit een ander, kan ik: beminnen en bemind worden, helen en geheeld worden, onderwijzen en onderwezen worden, ruimte nemen en ruimte geven.

One Thought to “Dhatu 5: Sunyata – De Leegte”

  1. […] kan onze geest ‘gevangen zijn’, beperkt in de vrijheid. Ik kom terug op het onderwerp Sunyata, de Leegte, de Ruimte. Door meditatie kunnen we daar binnengaan. Dit ruimte is onbeperkt en daarin […]

Leave a Comment

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.